Wat anderen hebben bij een bezoek aan de huisarts, heb ik bij de fietsenmaker. Het klamme zweet breekt me uit als ik probeer de klacht te beschrijven. “Ja, die ijzeren dingetjes bij de vork voor, eh…” “Spatbordstangetjes.” “Ja, die. Die glippen nogal makkelijk uit de eh…” De verkoper vulde mijn zin aan, ook hier bestond een kloeke naam voor die ik gelijk weer vergat.

In de werkplaats herhaalde het feestje zich. De verkoper had gezegd dat die eh.. dingen die voetjes beschermen tegen spaken bij het fietsstoeltje zaten, maar die passen toch nooit in dat doosje? Het puberale voorkomen van de jongen in de werkplaats verbleekte bij mijn onzekere gestamel. Terwijl ik naar buiten loop, blijft zijn antwoord door mijn kop spoken: “Als ze passen, dan zetten we ze erop.” Die onzekerheid, gekmakend.

Lopend naar huis. Ik realiseer me dat ik langs een soort buurthuis loop als ik een gitaar hoor. Zonder zang, vertolkt door een beginnend gitarist, klinkt de droevige  akkoordenreeks van Knocking on heaven’s door. Was het de monotone, vaste slag, de schoonheid van muziek of de herkenning van het ongedwongen spelen? Het maakt niet uit, mijn hartslag hervat zich, ik voel het bloed weer door mijn aderen stromen. Ik haal diep adem en begin zowaar in gedachten te neuriën.

P.S.: Ineens bedenk ik: dat zouden meer mensen moeten doen. Een huisarts die zijn buurjongen vrij spel geeft om tijdens praktijkuren trompet te oefenen, ziekenhuizen die straatmuzikanten inhuren om patiënten op hun gemak te stellen of gewoon in elke wachtruimte een gestemde piano zetten. Eén voorbehoud: Knocking on heaven’s door leent zich niet voor elke situatie.

Advertisements

Mijn vorige blog dateert alweer van twee maanden terug. Waarom zo lang? In de tussentijd is Koninginnedag gepasseerd met een hoop shit gedoe rondom een koningslied, een niet te horen dj en het Nederlands kampioenschap bashen. Vlak daarna gevolgd door het Eurovisie Songfestival, waar overigens niets anders was dan andere jaren, behalve dat we een iets beter liedje inzonden. Beide evenementen en liedjes zijn gelukkig al kapot geanalyseerd en ik geloof niet dat er nog iemand op mijn mening hierover zit te wachten.

Is er dan nog wel iets leuks te melden op het gebied van muziek en communicatie? Jazeker, en wel uit Japan! Het goede nieuws is dat metronomen op een flexibele ondergrond – net als vruchtbare vrouwen die samenwonen en een gelijkmatige cyclus ontwikkelen – uit zichzelf synchroon kunnen gaan lopen! Ik moet nog nader onderzoeken of dit fenomeen ook kan optreden bij mensen. Dat zou namelijk geweldig van pas komen bij bijvoorbeeld internal branding, het maken van koningsliederen of, zoals een van de reacties op YouTube treffend verwoordde: in (een dictatuur als) Korea. Tot ik meer kan zeggen over die ontdekking, geniet ik van dit filmpje.

Met hartelijke dank aan musiccognition.blogspot.nl voor de tip!

Toen ik als tiener droomde van een muzikantenbestaan, keek ik soms met verbazing naar Countdown. Of beter, naar het antwoord op de veelgestelde vraag: ‘waar haal je je inspiratie vandaan?’ Veel artiesten wisten dat namelijk precies: bands die ze nadeden, muziekstijlen die ze mixten. Ik kon zo niet eens muziek maken – ben misschien daarom ook geen muzikant geworden – maar pakte gewoon mijn gitaar, ging pielen, schrijven en er kwam iets uit. Of niets, uiteraard.

Welke benadering een schrijver ook kiest, het grote probleem is dat het waarschijnlijk al is bedacht. Great minds think alike of plagiaat? Of iets anders: een beperking van onze hersenen. En dan geen nare, zoals het niet kunnen aansturen van je lijf, maar een nuttige. Eén die maakt dat muziek je gevoelens raakt. Omdat je weet: ergens herken ik die melodie.

Het Koningslied klinkt als andere nummers. So what. Soundsjustlike.com is een geweldige site die aantoont dat ook Nirvana en Green Day nummers hebben die soms heel veel weg hebben van bestaande nummers. Het hoort erbij.

Iets heel anders. Pas moest ik huilen bij nota bene College Tour. Een moment in een interview waarin iemand een niet zo origineel verhaal vertelde: als licht autistische man raakte hij geïnspireerd door Whoopi Goldberg’s rol in Star Trek en ontdekte hij de Star Trek fanclub, kreeg hij vrienden, etcetera. Oké, het verhaal is best origineel. Maar het heeft veel herkenningspunten: een beperking overwinnen, het verlangen naar vriendschap, iets willen betekenen in het leven van een ander. Juist omdat die herkenning er is, raakte dit verhaal mij en – aan het aantal views op YouTube te zien – vele anderen.

Niet origineel zijn, als je die kunst verstaat, kun je me raken zoals anderen dat niet kunnen.

Metrostation Beurs, bij de liften. Paniek van een moeder: peuterhandje tussen de lift. EHBO, waar kun je die vinden midden in de stad?

Een schoenmaker wijst naar de toiletten. Daar is water. Ga daar maar heen. Het advies van de schoenmaker blijkt een schot in de roos. Niet alleen zit daar een moeder met vele jaren ehbo ervaring (“mijn dochter had dat ook”), ze gooit de deur wagenwijd open en helpt direct. Nadat het handje onder de kraan is gehouden en geïnspecteerd, nodigt ze beiden vriendelijk uit even het kindertoilet te gebruiken. Daar gebeurt het.

De deur gaat dicht. We bevinden ons in een schoon, licht, ruim en net kindertoilet. Peuter op de commode, moeder met het nummer van de huisarts in de aanslag. Met de tranen nog vers op zijn gelaat begint de peuter te dansen: er staat vrolijke muziek op. Verwonderd wijst hij naar de discobal die allemaal gekleurde lichtjes verspreidt. Ook de moeder verwondert zich. Zo snel als haar hartslag zojuist op hol sloeg, zo snel ontspant ze nu. Het is eigenlijk best gezellig hier en haast jammer om het toilet straks weer te verlaten. Snoezelen op Beurs, wie had dat gedacht.

De basisingrediënten van snoezelen zijn zintuigen (prikkelen) en persoonlijke aandacht (geven). Effectief bij mensen met een handicap, maar feitelijk van toepassing op elk mens van vlees en bloed. Een goede gedachte als je toch bezig bent met je merkconcept. Ik ken in ieder geval één Rotterdamse ondernemer die het aardig onder de knie heeft.

Het Kortjakje effect noem ik het, ook al staat hij op nummer 5. Een paar tonen zijn genoeg om een scala van herinneringen te herbeleven. Zelfs zo, dat dementerende ouderen hun kinderen niet herkennen maar dat ene liedje wel. Boeken vol over dit thema, daar kan ik weinig aan toevoegen. Behalve dan een lijstje, omdat iedereen van muziek én van lijstjes houdt.

Top 10 Liedjes & associaties

  1. Brand new day – joepie, vrolijkheid, dansen in je kamer
  2. We are the champions – wij-gevoel, winnen, sport
  3. Paradise by the dashboard light – schoolfeestjes
  4. The sound of the bandoneon – Maxima, traan
  5. Kortjakje – zieke collega wordt gesnapt nadat hij een privéfilmpje op Facebook zet
  6. Who wants to live forever – Freddy Mercury is er niet meer
  7. Smells like teen spirit – jongerensubcultuur, muziekrevolutie, Kurt Cobain, 27 club
  8. You’ll never walk alone – voetbal, stadion
  9. Mockingbird Hill – even Apeldoorn bellen, lijnentrekker, vrolijk
  10. Star spangled banner – sport, patriottisme, Jimi Hendrix, inauguratie 

Ze deint op de loungemuziek in het nieuwe HEMA-filiaal zoals vrouwen vanaf een bepaalde leeftijd doen. U weet wel, die leeftijd waarop ze écht geen minirokjes meer dragen. Haar enthousiasme doet een beetje denken aan Erica Terpstra, maar dan met een elegante je ne sais quoi. Ze is pionier bij HEMA en is trots op ‘haar’ nieuwe filiaal in Parijs.

Ze deint ook omdat ze trots is op de loungemuziek. Een van haar overwinninkjes om het filiaal iets meer Parijs, iets minder Hollandse eenheidsworst te maken. Maar het gaat haar niet alleen om persoonlijke winst, ze wil een concept neerzetten waar ze heilig in gelooft en die niet compleet is zonder de loungemuziek. Zomaar een stukje van de IDFA documentaire Het Geheim van de HEMA. Hollandse koopmansgeest waar Balkenende trots op zou zijn.

In mijn woonplaats is al zo lang ik me kan herinneren een HEMA. En zo lang ik me kan herinneren associeer ik die met hardop meezingen – lees: meeneuriën – met de muziek. Mijn moeder deed het toen al. Ik doe het. En wees eerlijk: u doet het.

De documentaire laat het niet zien, maar het zou me niets verbazen als er ook in Nederland ooit een pionier was. Iemand die zei: ik weet dat Nederlanders graag meezingen. Van bekende achtergrondmuziek worden ze vrolijk, dat bevordert de kooplust. Dat dat laatste door muziekwetenschappers bewezen is, doet er niet toe. De HEMA filiaalmanager wist er allang van. Die bekeek de neuriënde massa dagelijks. Glimlachend. En deinend.

Het begon allemaal met deze reclame: waar zijn wij nou helemaal mee bezig? Nee eerder, toen ik een vriendje kreeg dat het liefst  radio, tv en scanner tegelijk aan had staan. Dat was 1993. De reclame 1997. Inmiddels kan ik er niet meer omheen. De wereld om mij heen piept, belt, klinkt en praat. Tot vermoeiens toe – maar o zo functioneel.

Want waar kun je nog je informatie mee filteren, anders dan door geluid? Het is niet anders dan in de jungle: met onze ogen navigeren we, met onze oren nemen we veranderingen waar. Naderend gevaar, zaken waar we direct op moeten anticiperen. Is het een roofdier? Een prooi? Waar zit het? Komt het dichterbij? Met onze oren scheppen we enige orde in de chaos van informatie die op ons af komt.

Tijdens een gesprek met een vriendin gaat ergens in de woonkamer een geluidje. ‘Moet je niet even kijken?’ ‘Nee, dat is de pieper. Een hobby van mijn man.’ Zodra ik mijn telefoon hoor vlieg ik op: is het de mail die ik voor de deadline van 12.00 uur nodig heb? Elk kraakje en belletje heeft zijn eigen sense of urgency. En iedereen maakt probleemloos onderscheid tussen een berichtje, agendaherinnering, fotoklik of deurbel.

Continu je in de jungle bevinden heeft ook nadelen. Het kan stress opleveren en een gebrek aan aandacht voor elkaar. Daarom zijn bij sommige vergaderingen  telefoons/i-pads/notebooks verboden en is phonestacking de trend. Je kunt je adrenaline en instincten echter ook inzetten voor je gezondheid. Met de populaire Zombies run op je koptelefoon bijvoorbeeld loop je die (snelle) 5K zó!  Het een sluit het ander niet uit, dat is het mooie. Je kiest zelf of je een koptelefoon opzet om te vluchten uit of naar de jungle.

P.S.: Dat van die 5K wil ik nog wel meemaken – wordt misschien vervolgd in een andere blog.